ECLI:NL:RVS:2007:BA7109
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbewaringstelling ondanks aangekondigde pardonregeling vreemdelingen
Appellant werd op 9 april 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en maakte bezwaar tegen deze maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees zijn verzoek om schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State en voerde aan dat de inbewaringstelling onterecht was omdat hij onder de aangekondigde pardonregeling zou vallen.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris een vaste gedragslijn hanteert waarbij vreemdelingen die voldoen aan bepaalde voorwaarden, waaronder het indienen van een eerste asielaanvraag vóór 1 april 2001 en het ontbreken van contra-indicaties, niet in bewaring worden gesteld. Appellant voldeed niet aan deze voorwaarden vanwege eerdere veroordelingen voor misdrijven.
De opheffing van de maatregel op 25 april 2007, met als reden dat appellant onder de pardonregeling viel, betekende niet dat de staatssecretaris zijn gedragslijn had gewijzigd. De opheffing was een gevolg van een misverstand omdat de pardonregeling nog niet definitief was vastgesteld.
De Raad van State concludeerde dat de inbewaringstelling niet in strijd was met de gedragslijn en dat het verzoek om schadevergoeding ongegrond was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de inbewaringstelling en wijst het verzoek om schadevergoeding af.