ECLI:NL:RVS:2007:BA6594
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken naam indiener
Appellante is in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 21 maart 2007. Tegen dit besluit heeft zij bij de rechtbank ’s Gravenhage beroep ingesteld, dat niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van de naam van de indiener op het beroepschrift.
Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beroepschrift de naam van de indiener bevatten. Dit vereiste was niet vervuld in het hoger-beroepschrift van appellante.
De Afdeling merkt op dat op grond van artikel 85, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, in afwijking van de Awb, geen mogelijkheid bestaat om een niet-ontvankelijkverklaring achterwege te laten bij het ontbreken van de naam. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het af zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de naam van de indiener op het hoger-beroepschrift.