ECLI:NL:RVS:2007:BA6591
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verblijfsvergunning wegens twijfel terugkeer naar Koeweit
Appellant, een Palestijn die sinds augustus 1999 buiten Koeweit verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De staatssecretaris weigerde dit en de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het algemeen ambtsbericht van 29 december 2000 van de Minister van Buitenlandse Zaken aantoont dat Palestijnen die langer dan zes maanden buiten Koeweit verblijven, in de praktijk niet worden toegelaten, waardoor hij niet kan terugkeren. De rechtbank had echter geoordeeld dat deze passage niet eenduidig is en dat het individueel ambtsbericht van 23 juni 2000 juist aangeeft dat terugkeer niet ondenkbaar is.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellant geen bewijs heeft geleverd van contacten met de Koeweitse ambassade of andere instanties voor het verkrijgen van benodigde documenten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning bevestigd.