ECLI:NL:RVS:2007:BA6061
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende risico besnijdenis bij terugkeer
Appellante verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de besnijdenis van haar zoons een ernstige vorm van mishandeling zou zijn en een aantasting van het menselijk lichaam, waardoor sprake zou zijn van een onmenselijke behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had gemotiveerd waarom de besnijdenis niet als ernstige mishandeling kon worden gezien, maar dat dit niet tot een ander oordeel leidt. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat haar zoons bij terugkeer naar Sierra Leone een reëel risico lopen om tegen hun wil besneden te worden. Daarnaast wees de Raad erop dat nieuwe gronden in hoger beroep niet geaccepteerd kunnen worden als deze niet in eerste aanleg zijn ingebracht, conform artikel 85 Vreemdelingenwet Pro 2000.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.