Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2007:BA6006

Raad van State

Datum uitspraak
30 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200608650/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • K. Brink
  • I. Beurmanjer-de Lange
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.1 Wet milieubeheerBesluit landbouw milieubeheer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning oprichting manege wegens vervallen vergunning

Bij besluit van 10 oktober 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan de Stichting Hippisch Centrum Eelde een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een manege op een perceel te Paterswolde. Deze vergunning werd op 20 oktober 2006 ter inzage gelegd. Appellanten dienden op 29 november 2006 beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State.

Op 6 december 2006 trad het Besluit landbouw milieubeheer in werking, dat regels stelt voor inrichtingen zoals de manege. De vergunning betrof het houden van 17 paarden en 20 pony's. Tijdens de zitting op 2 mei 2007 werd vastgesteld dat de inrichting onder het Besluit valt. Een hockeyveld op ongeveer 25 meter afstand van de dierenverblijven werd niet aangemerkt als een object voor dagrecreatie zoals bedoeld in het Besluit.

Hierdoor is de vergunning van rechtswege komen te vervallen. Omdat het beroep zich richt tegen een vergunning die niet meer bestaat, hebben appellanten geen belang meer bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit. De Raad van State verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen vergunning en gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

200608650/1.
Datum uitspraak: 30 mei 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellanten], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 10 oktober 2006 heeft verweerder aan de stichting "Stichting Hippisch Centrum Eelde" een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een manege, gelegen op het perceel Hooiweg ongenummerd te Paterswolde. Dit besluit is op 20 oktober 2006 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 29 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2006, beroep ingesteld.
Bij brief van 8 februari 2007 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 mei 2007, waar appellanten, van wie [gemachtigde] in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door W.E. Scholte, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is de stichting "Stichting Hippisch Centrum Eelde", vertegenwoordigd door H. Lawant, als partij gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Op 6 december 2006 is het Besluit landbouw milieubeheer (hierna: het Besluit) in werking getreden. De bij het bestreden besluit verleende vergunning ziet op het houden van 17 paarden en 20 pony's in de inrichting. Ter zitting is vast komen te staan dat de inrichting onder de reikwijdte van het Besluit valt. Hierbij overweegt de Afdeling dat een op ongeveer 25 meter van de dierenverblijven van de inrichting gelegen hockeyveld, gelet op hetgeen ter zitting over de intensiteit van het gebruik daarvan naar voren is gebracht, niet kan worden aangemerkt als een object voor dagrecreatie, zijnde een categorie II-object als bedoeld in het Besluit. Het hockeyveld valt evenmin onder één van de andere in het Besluit genoemde categorieën objecten.
Gelet op het vorenstaande, is de bij het bestreden besluit verleende vergunning van rechtswege komen te vervallen. Nu het beroep van appellanten zich richt tegen een van rechtswege vervallen vergunning, hebben zij in zoverre geen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Nu ook anderszins niet is gebleken dat appellanten nog processueel belang hebben bij een oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2.2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I. Beurmanjer-de Lange, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink                            w.g. Beurmanjer-de Lange
Lid van de enkelvoudige kamer         ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2007
241-462.