ECLI:NL:RVS:2007:BA5528
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbewaringstelling vreemdeling ondanks mogelijk generaal pardon
Appellant werd op 24 februari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State en voerde aan dat hij een reële kans had om onder de nog vast te stellen pardonregeling te vallen, waardoor de inbewaringstelling onterecht zou zijn.
De Raad van State overwoog dat het onderdeel uit het regeerakkoord waarop appellant zich baseerde geen reeds geldende pardonregeling betreft. De staatssecretaris hanteert een vaste gedragslijn waarbij vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een asielaanvraag hebben ingediend en geen contra-indicaties van openbare orde vertonen, niet in bewaring worden gesteld of worden vrijgelaten. Appellant was tweemaal veroordeeld voor misdrijven die tot ongewenstverklaring kunnen leiden, waardoor de inbewaringstelling niet in strijd is met deze gedragslijn.
De Raad van State verwierp het beroep van appellant en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De inbewaringstelling van appellant wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.