ECLI:NL:RVS:2007:BA5474
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 16 november 2005 werd geweigerd. Dit besluit werd niet aangevochten en is daarmee onherroepelijk geworden. Op 19 juni 2006 werd een vergelijkbaar besluit ambtshalve genomen, waartegen appellant beroep instelde. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderzocht of er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde rechterlijke toetsing rechtvaardigen.
De Afdeling stelt dat het besluit van 19 juni 2006 materieel gelijk is aan het eerdere besluit van 16 november 2005 en dat toetsing door de rechter alleen mogelijk is indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd die relevant zijn voor de zaak. De door appellant overgelegde brieven van de Ethiopische ambassade waren reeds bekend of hadden eerder overlegd moeten worden, waardoor deze geen nieuwe feiten vormen.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep bij de rechtbank ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden.