ECLI:NL:RVS:2007:BA5248
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling planschadevergoeding bij bestemmingsplanwijziging en vrijstelling
De zaak betreft een hoger beroep van de gemeenteraad Breda tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het beroep van een belanghebbende op planschadevergoeding gegrond verklaarde. De belanghebbende is eigenaar van een halfvrijstaande woning die door planologische mutaties in waarde is gedaald. De gemeenteraad had een vergoeding van €7.000 toegekend, terwijl een vergelijkbare woning een vergoeding van €15.000 ontving.
De Raad van State overweegt dat de gemeenteraad het verschil in waardedaling tussen de twee woningen onvoldoende heeft gemotiveerd. Hoewel de gemeenteraad zich baseerde op een advies van de Johan van Oldenbarnevelt Stichting (JvOS) voor de ene woning en een ander adviesbureau (SAOZ) voor de andere woning, had zij de verschillen in taxatie objectief moeten verklaren. De Raad stelt vast dat de gemeenteraad dit niet heeft gedaan en dat het verschil niet kan worden verklaard door de genoemde planologische voordelen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De gemeenteraad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de motiveringen. Tevens wordt de gemeenteraad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeenteraad wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.