ECLI:NL:RVS:2007:BA4741
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgvuldigheidsbeginsel bij hoorprocedure verblijfsvergunning asiel
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd vernietigde wegens een zorgvuldigheidsgebrek in de hoorprocedure. De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling niet de gelegenheid had gekregen om aanvullingen en correcties te maken op het verslag van het gehoor, wat in strijd was met het beleid zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000.
De Raad van State stelt dat de wettelijke regeling omtrent het horen van vreemdelingen in de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 geen verplichting bevat om het beleid van de Vreemdelingencirculaire 2000 overeenkomstig toe te passen bij aanvragen op grond van artikel 33 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, tenzij concrete omstandigheden dit vereisen. Het oordeel van de rechtbank dat de minister gehouden is dit beleid toe te passen zonder concrete aanleiding is niet verenigbaar met de wettelijke regeling.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling en beslissing. Tevens worden de proceskosten in hoger beroep vastgesteld en wordt de rechtbank opgedragen over de vergoeding daarvan te beslissen.
Uitkomst: Hoger beroep minister gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen.