ECLI:NL:RVS:2007:BA4307
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt Schouten
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning regulier ondanks nader bewijs nationaliteit
Appellant betwistte de intrekking van zijn verblijfsvergunning regulier en voerde aan dat hij afkomstig is uit Soedan. Ter onderbouwing overhandigde hij een verklaring van 23 juni 2006, afkomstig van de voorzitter van de broederschap van de stam van Zandi Bemelkal.
De rechtbank had deze verklaring buiten beschouwing gelaten omdat deze niet viel onder de uitzonderingen van artikel 79 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en niet als nieuw feit of omstandigheid in de zin van artikel 83 werd Pro beschouwd. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had getoetst aan artikel 83, omdat dit artikel niet van toepassing was in deze situatie.
Desondanks vond de Raad dat de verklaring niet afkomstig was uit een objectieve, verifieerbare bron en daarom onvoldoende was om de minister te verplichten het besluit tot intrekking te herzien. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van objectief en verifieerbaar bewijs bij het aanvechten van bestuursbesluiten omtrent verblijfsvergunningen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.