De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde een verzoek tot herziening van haar uitspraak van 2 augustus 2006, waarin het beroep van partijen tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westerveld was gegrond verklaard. Verzoeker stelde dat partijen niet voor 1/70e deel eigenaar zijn van de gemeenschappelijke gronden die grenzen aan het perceel waarop een bouwplan is voorzien.
De Afdeling overwoog dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een reeds beslecht geschil opnieuw te behandelen of om argumenten die eerder aan de orde hadden kunnen komen alsnog in te brengen. De eigendomsvraag was in de eerdere procedure uitdrukkelijk aan de orde geweest, zodat de aangevoerde feiten geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn in de zin van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Verder werd overwogen dat vervallenverklaring van de uitspraak niet aan de orde is, omdat dit een buitenwettelijk en zeer uitzonderlijk middel is dat hier niet van toepassing is. Ook al zijn partijen niet voor 1/70e deel eigenaar van de gemeenschappelijke gronden, hun gebruiksrecht en de statutaire bepalingen van de Coöperatieve Vereniging 'Bungalowpark de Oude Willem' U.A. staan hun aanmerken als belanghebbenden niet in de weg.
Ten slotte werd geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen.