ECLI:NL:RVS:2007:BA3783
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vrijstelling en bouwvergunning voor caravan
Appellant verzocht om vrijstelling en een bouwvergunning voor het plaatsen van een caravan op een perceel in Lemsterland. Het college van burgemeester en wethouders weigerde dit op 16 juli 2004. Appellant maakte bezwaar, maar de gemeenteraad en het college verklaarden dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat appellant wel degelijk rechtsmiddelen had aangewend tegen het besluit van de gemeenteraad van 30 mei 2005, maar dat de rechtbank dit had miskend. De rechtbank had het beroepschrift naar de gemeenteraad moeten doorzenden als bezwaarschrift, omdat het besluit van de gemeenteraad een primair besluit betrof waarop eerst bezwaar moest worden gemaakt.
De Raad van State oordeelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld door het bezwaar van appellant te behandelen voordat de gemeenteraad een beslissing had genomen over het bezwaar tegen de weigering van vrijstelling. Hierdoor kon het besluit van 14 juni 2005 niet in stand blijven. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college en gelastte dat het beroepschrift van appellant als bezwaar bij de gemeenteraad wordt behandeld.
Bij de nieuwe beslissing moet worden onderzocht of vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening nodig is, waarbij de caravan als bijgebouw moet worden beschouwd. Er zijn geen kosten toegekend aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college van burgemeester en wethouders wordt vernietigd.