ECLI:NL:RVS:2007:BA3723
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.J. Soede
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning aanleg oppervlakteverharding in agrarisch gebied bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Eijsden weigerde op 7 september 2004 een vergunning voor het aanbrengen van een oppervlakteverharding naast een woning op een perceel met de bestemming 'agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarde'. Appellant maakte bezwaar en startte een beroepsprocedure bij de rechtbank Maastricht, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat ten tijde van aankoop het perceel de bestemming 'verkeersdoeleinden' had en dat het college zijn aanvraag had moeten aanmerken als een verzoek om vrijstelling. Tevens stelde hij dat het college hem concrete toezeggingen had gedaan waaruit gerechtvaardigd vertrouwen zou volgen dat de vergunning zou worden verleend. De Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan op het moment van het besluit op bezwaar de bestemming 'agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarde' had, waarbinnen het aanbrengen van oppervlakteverharding zonder vergunning verboden is.
Verder concludeerde de Raad dat het college de aanvraag terecht als een verzoek om vrijstelling had aangemerkt en dat het college niet gehouden was deze vrijstelling te verlenen. Concrete toezeggingen van het college die het vertrouwen van appellant konden rechtvaardigen, werden niet aannemelijk gemaakt. Het college mocht het beleidsbelang zwaarder laten wegen dan het individuele belang van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.