ECLI:NL:RVS:2007:BA3397
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitzetting wegens onvoldoende motivering risico artikel 3 EVRM
Appellant maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag om toelating als vluchteling en voerde aan dat hij bij uitzetting naar Afghanistan een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De minister stelde aanvankelijk dat er een reëel risico bestond, maar verleende geen verblijfsvergunning vanwege gedragingen als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Later wijzigde de minister zijn standpunt en stelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een dergelijk risico liep.
De rechtbank had dit gewijzigde standpunt van de minister niet voldoende kritisch getoetst en het motiveringsgebrek niet onderkend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister niet heeft toegelicht waarom hij is teruggekomen op zijn eerdere standpunt en of gewijzigde omstandigheden een rol hebben gespeeld. Dit leidt tot vernietiging van het besluit van 30 december 2005.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, en beveelt dat de minister een nieuw besluit neemt met een deugdelijke motivering. Tevens wordt de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd wegens een motiveringsgebrek en de minister dient een nieuw besluit te nemen.