Uitspraak
200305521/1heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak bevestigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht verleende op 11 september 2001 een bouwvergunning en ontheffing voor het uitbreiden van een woning en het aanleggen van een kelder op een perceel te Dordrecht. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, met name vanwege de omvang van het erf en haar privacybelangen. Na diverse procedures bij de rechtbank en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak, werd het beroep van appellante uiteindelijk ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht ontheffing kon verlenen op grond van artikel 2.5.15 van de bouwverordening, omdat het erf een gunstige andere indeling had die voldeed aan de vereisten. Het betoog dat de omvang van het erf onjuist was vastgesteld, werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat het college voldoende rekening had gehouden met de privacybelangen van appellante, mede doordat het bouwplan was aangepast zodat het balkon op voldoende afstand van haar perceel lag en inkijk beperkt bleef.
Verder werd vastgesteld dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het bouwplan niet in strijd was met de planvoorschriften en dat de mogelijke aanwijzing van de woningen als beschermd stadsgezicht ten tijde van de beslissing niet aan de orde was. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.