Uitspraak
200407444/1), gedeeltelijk vernietigd.
Raad van State
De gemeenteraad van Aalten stelde op 17 februari 2004 het bestemmingsplan Centrum Aalten 2003 vast. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Gelderland, keurde dit plan goed met een besluit van 29 juli 2004. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit besluit gedeeltelijk op 20 april 2005 vanwege onvoldoende motivering omtrent de bestemming van bepaalde percelen.
Na een nieuw besluit van 9 mei 2006 werd het plan opnieuw goedgekeurd. Appellant, eigenaar van de percelen met bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' en aanduiding 'detailhandelsbedrijf', stelde beroep in tegen deze goedkeuring. Hij voerde aan dat de bestemming onrechtvaardig was toegekend in vergelijking met nabijgelegen percelen die de bestemming 'Woondoeleinden' hadden gekregen.
De Afdeling oordeelde dat de bouwplannen en situering van de percelen verschillen, waardoor de vergelijking niet opgaat. Ook was er onvoldoende parkeerruimte op de percelen van appellant, wat een redelijke grond voor de bestemming vormt. De Afdeling concludeerde dat verweerder de beoordelingsmarges niet had overschreden en het besluit rechtmatig was genomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.