ECLI:NL:RVS:2007:BA2367
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
De minister wees aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af omdat zij niet beschikten over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De vreemdelingen, etnische Albanezen uit Servië, stelden dat terugkeer naar Servië een veiligheidsrisico vormde. De rechtbank verklaarde hun beroepen gegrond en vernietigde de besluiten van de minister.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de situatie van de vreemdelingen gelijkstelde aan eerdere zaken waarbij de herkomst uit Kosovo centraal stond, terwijl deze vreemdelingen uit Servië afkomstig waren. De Raad stelde vast dat de situatie reeds in eerdere asielprocedures was beoordeeld en dat geen nieuw reëel gevaar was aangetoond.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.