Uitspraak
200401468/1heeft de Afdeling de in overweging 2.6. genoemde onthouding van goedkeuring, waartegen beroep is ingesteld, in stand gelaten. In deze uitspraak heeft de Afdeling hieromtrent het volgende overwogen:
Raad van State
De gemeenteraad van Hoogezand-Sappemeer stelde op 22 november 2005 het bestemmingsplan 'Herziening ex artikel 30 WRO Pro plan Kleinemeer e.o.' vast. Appellanten stelden dat zij ten onrechte niet zijn gehoord, ondanks een schriftelijke toezegging daartoe. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze handelwijze in strijd was met de vereiste zorgvuldigheid bij besluitvorming, waardoor het besluit vernietigd moest worden.
Appellanten voerden tevens aan dat het goedkeuringsbesluit ten onrechte een woning mogelijk maakte die hun woon- en leefklimaat aantast door schaduw, zichtbeperking en waardedaling. De Afdeling stelde vast dat de gemeenteraad de bouw van de woning passend achtte binnen de stedenbouwkundige structuur en dat geen bijzondere bescherming van de lintbebouwing bestond. De maatvoering van het bouwvlak en de bouwvoorschriften waren vergelijkbaar met omliggende woningen.
De Afdeling concludeerde dat de goedkeuring niet in strijd was met een goede ruimtelijke ordening en dat de inhoudelijke bezwaren van appellanten onvoldoende waren onderbouwd. Het beroep slaagde daarom alleen op het formele punt van het niet-horen. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit werden in stand gelaten omdat appellanten geen inhoudelijke nadelen aannemelijk hadden gemaakt.
Tot slot werd appellanten het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 april 2007.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.