ECLI:NL:RVS:2007:BA2241
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- L.E.M. Wilbers-Taselaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant kreeg op 8 november 2004 een toevoeging rechtsbijstand toegekend, die de Raad voor Rechtsbijstand op 3 mei 2005 met terugwerkende kracht introk wegens overschrijding van de vermogensgrens. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant ten tijde van de aanvraag een vermogen had dat de wettelijke grens van € 10.500,00 overschreed. Appellant voerde aan dat er conservatoir beslag lag op zijn bezittingen en dat hij geen beschikking had over het vermeende vermogen. Ook betwistte hij het bestaan van een groot wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Raad van State oordeelde dat het vermogen op de peildatum 8 september 2004 inderdaad de grens overschreed, mede gebaseerd op onroerende goederen met een waarde van € 335.000,00 minus hypotheken. Het beslag en de vermeende schulden konden niet in mindering worden gebracht omdat deze niet voldeden aan de wettelijke criteria. Verder stelde appellant onjuiste en onvolledige gegevens te hebben verstrekt over zijn vermogen, wat grond gaf voor intrekking van de toevoeging.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en de beslissing van de Raad voor Rechtsbijstand. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de intrekking onredelijk maakten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding van de vermogensgrens wordt bevestigd.