ECLI:NL:RVS:2007:BA1883
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling grenzen ambtshalve toetsing bij weigering verblijfsvergunning mvv en toepassing artikel 8 EVRM
In deze zaak ging het om het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van de minister van 20 februari 2006 inzake de weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan vreemdelingen vernietigde. De rechtbank had ambtshalve inhoudelijk getoetst aan artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) ondanks dat dit niet als beroepsgrond was aangevoerd.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door deze ambtshalve toetsing, omdat de vreemdelingen deze beroepsgrond niet hadden aangevoerd en de toetsing niet strekte tot toepassing van een voorschrift van openbare orde. De minister klaagde terecht dat het onduidelijk was waarom in het bestreden besluit niet inhoudelijk aan artikel 8 EVRM Pro was getoetst.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond. Vervolgens werd het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard. De Afdeling benadrukte dat bij de beoordeling van het niet beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) geen ruimte is voor toetsing aan artikel 8 EVRM Pro buiten de wettelijke kaders. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en dat van de vreemdelingen ongegrond.