ECLI:NL:RVS:2007:BA1688
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. Konijnenbelt
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging besluit ontheffingen Faunabeheereenheid Zeeland voor damherten en reeën
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland verleende in november 2005 ontheffingen aan de Faunabeheereenheid Zeeland voor het beheer van damherten en reeën binnen en buiten aangewezen leefgebieden. De Stichting de Faunabescherming maakte bezwaar tegen deze besluiten, die het college in april 2006 ongegrond verklaarde. De rechtbank Middelburg vernietigde vervolgens delen van deze besluiten en schorste de primaire besluiten, behalve voor het leefgebied de Manteling van Walcheren.
Het college stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld over de motivering van de ontheffing voor het leefgebied de Kop van Schouwen en de aanwezigheid van damherten buiten de leefgebieden. De Afdeling vond dat de schade en overlast door damherten beperkt waren en dat het drastisch beperken van het aantal damherten niet gerechtvaardigd was.
Voor de ontheffing buiten de leefgebieden stelde de Afdeling vast dat de verlening van ontheffing voor afschot niet in redelijke verhouding stond tot de aangevoerde gronden. Voor de ontheffing met betrekking tot reeën oordeelde de Afdeling dat het belang van verkeersveiligheid wel een ontheffing rechtvaardigde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het betrekking had op het besluit van 4 april 2006 met kenmerk RMW 0603794/136/12 en bevestigde het overige. De schorsing van de primaire besluiten blijft van kracht tot zes weken na hernieuwde besluitvorming door het college.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij delen van het vonnis van de rechtbank worden vernietigd en de schorsing van bepaalde besluiten wordt gehandhaafd.