Uitspraak
200401954/1waarin is bevestigd dat handhavend kan worden opgetreden tegen de betreffende caravanstalling, omdat zinvol gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken overeenkomstig de geldende bestemming nog mogelijk is. Voorts is overwogen dat het in oktober 2005 op het perceel gevestigde voorkeursrecht in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten geen planologische veranderingen tot gevolg heeft. Het college heeft verder gemotiveerd dat het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas - dat op 31 januari 2006 door de raad van de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle is vastgesteld en dat ten tijde van de beslissing op bezwaar in voorbereiding was - geen bijzondere omstandigheid is op grond waarvan het college van handhaving zou dienen af te zien. Immers, ook de mettertijd op het betreffende perceel voorziene bestemming "woningbouw" biedt geen ruimte voor voortzetting van de caravanstalling. Ook heeft het college overwogen dat het al jaren bezig is te bewerkstelligen dat de overtreding wordt opgeheven en dat de gevolgen van het illegale handelen voor rekening en risico van [wederpartij] dienen te blijven. Ten slotte heeft het college gewezen op het gevaar van precedentwerking, indien in dit geval van handhavend optreden zou worden afgezien.