Uitspraak
200203831/1, onherroepelijk geworden. Appellant heeft niet aan deze last voldaan.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Leusden heeft appellant gelast de garage annex berging op zijn perceel te verwijderen vanwege bouwvergunningplichtige veranderingen zonder vergunning. Appellant had eerder een last onder bestuursdwang gekregen die onherroepelijk was geworden, maar niet was nagekomen.
Appellant voerde aan dat hij niet goed was gehoord, dat er zicht was op legalisatie op grond van overgangsrecht, dat het college onevenredig handelde en dat het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel waren geschonden. De voorzieningenrechter en de Raad van State oordeelden dat appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn zienswijze te geven, dat de veranderingen niet onder het overgangsrecht vielen omdat de verbouwing ingrijpend was, en dat het college terecht handhavend optrad.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen rechten aan mondelinge mededelingen van niet-bevoegde ambtenaren konden worden ontleend. Ook het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens andere feitelijke situaties. Het bestuursorgaan hoefde niet af te zien van handhaving omdat er geen concrete zicht op legalisatie was en handhaving niet onevenredig was. Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waarmee het handhavingsbesluit wordt bevestigd.