ECLI:NL:RVS:2007:BA1220
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid vreemdelingenrechter bij vrijheidsbeneming op strafrechtelijke titel
Appellant was tussen 4 en 5 januari 2007 vrijheidsbenomen op basis van artikel 61, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hij stelde dat deze vrijheidsbeneming onrechtmatig was omdat er geen strafrechtelijke noch vreemdelingenrechtelijke titel zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de procedure en uitvoering van de maatregel wettelijk waren. De Raad van State stelde vast dat de vrijheidsbeneming berustte op een strafrechtelijke titel en dat de vreemdelingenrechter niet bevoegd is om over deze titel te oordelen.
De Raad van State benadrukte dat alleen wanneer de strafrechter de onrechtmatigheid van de vrijheidsbeneming vaststelt, de vreemdelingenrechter de gevolgen daarvan voor de rechtmatigheid van vreemdelingenbewaring kan beoordelen. In dit geval was geen sprake van een dergelijke situatie. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.