ECLI:NL:RVS:2007:BA1219
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Geen actueel belang bij beroep tegen ingangsdatum verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft op 10 april 2000 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij besluit van 17 januari 2006 verleende de minister een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, met ingang van 30 september 2004. Appellant stelt aanspraak te kunnen maken op een eerdere ingangsdatum op basis van zijn oorspronkelijke aanvraagdatum.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat appellant geen actueel en concreet belang heeft bij het doorprocederen over de ingangsdatum van de vergunning. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis en eerdere uitspraken, waarin is bepaald dat bij een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts één ongedeelde vergunning wordt verleend, ongeacht de grond waarop deze rust.
De Afdeling oordeelt dat alleen wanneer niet de reden van verlening maar uitsluitend de ingangsdatum in geschil is, doorprocederen gerechtvaardigd kan zijn. Dit is hier niet het geval. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel en concreet belang.