ECLI:NL:RVS:2007:BA1218
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling kan PTSS niet aanvoeren als nieuw feit bij herhaalde asielaanvraag
De vreemdeling diende een herhaalde aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in, waarbij hij stelde dat hij door PTSS niet in staat was geweest om in de eerdere procedure adequaat te verklaren. De rechtbank had dit als nieuw feit erkend en het eerdere besluit vernietigd. De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling in de eerdere procedure op enigerlei wijze melding had moeten maken van zijn psychische gesteldheid, wat niet is gebeurd.
De medische rapporten uit de eerdere procedure bieden geen grond om te concluderen dat de vreemdeling onvoldoende gelegenheid had om zijn situatie toe te lichten. Bovendien heeft de vreemdeling in de huidige procedure niet concreet aangegeven waarin zijn eerdere verklaringen tekortschoten. Daarom kwalificeert PTSS niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van 22 november 2006 blijft in stand.