ECLI:NL:RVS:2007:BA1217
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister heeft bij besluiten van 28 oktober 2005 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdelingen tegen deze besluiten gegrond en vernietigde de besluiten, met de opdracht aan de minister nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad beoordeelde of het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken, dat ten grondslag lag aan de besluiten, zorgvuldig tot stand was gekomen. De Raad oordeelde dat het ontbreken van volledige informatie over de identiteit en hoedanigheid van de vertrouwenspersoon die het onderzoek in het land van herkomst uitvoerde, geen reden is om aan te nemen dat het ambtsbericht onzorgvuldig is.
Verder concludeerde de Raad dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdelingen geen afdoende verklaring hadden gegeven voor het ontbreken van documenten ter vaststelling van hun identiteit, nationaliteit en reisroute. De brief van een familielid bood geen concrete aanknopingspunten om aan de juistheid van het ambtsbericht te twijfelen. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdelingen ongegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.