ECLI:NL:RVS:2007:BA1195
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting coffeeshop wegens verkoop softdrugs aan minderjarige
De burgemeester van Rotterdam heeft bij besluit van 19 april 2005 de algehele sluiting van een coffeeshop voor drie maanden bevolen vanwege de aanwezigheid en verkoop van softdrugs aan een minderjarige op 19 februari 2005.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze maatregel, maar zowel de rechtbank Rotterdam als de Raad van State verklaarden het beroep ongegrond. De Raad van State oordeelde dat de op ambtseed opgemaakte processen-verbaal en verklaringen van politiefunctionarissen voldoende betrouwbaar zijn om de aanwezigheid en verkoop aan de minderjarige aannemelijk te maken.
Het Rotterdamse beleid 'Coffeeshops met beleid 2003', dat sluiting van maximaal twaalf maanden voorschrijft bij verkoop aan minderjarigen, werd als redelijk en niet onaanvaardbaar beoordeeld. De burgemeester had bovendien reeds gematigd door een sluiting van drie maanden op te leggen in plaats van zes.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling op te leggen.
Uitkomst: De sluiting van de coffeeshop voor drie maanden wegens verkoop aan een minderjarige wordt bevestigd.