ECLI:NL:RVS:2007:BA0662
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B.J. van Ettekoven
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor berging ondanks bezwaar over welstand en situering
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen verleende op 8 maart 2005 een bouwvergunning voor het oprichten van een berging aan de achterzijde van een woning. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de berging niet paste binnen het historische gebouwencomplex en dat de situering direct op de perceelsgrens zijn renovatiemogelijkheden zou belemmeren. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en ook de rechtbank Roermond wees het beroep van appellant af.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het bouwplan in redelijkheid kon beoordelen als passend binnen de redelijke eisen van welstand, mede op basis van een welstandsadvies dat voorschriften bevatte over onder andere de kleur van de berging. Appellant bracht geen deskundigenrapport aan om dit advies te betwisten.
Verder stelde de Afdeling vast dat de gronden voor weigering van de bouwvergunning zoals genoemd in artikel 44 van Pro de Woningwet niet van toepassing waren. De door appellant aangevoerde belangen, waaronder zijn renovatiemogelijkheden, boden geen grond voor weigering. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning blijft van kracht.