Uitspraak
200409681/1, volgt dat voor de beantwoording van de voornoemde vraag dient te worden uitgegaan van de verandering ten opzichte van de onderliggende voor de inrichting geldende vergunning(en).
Raad van State
Bij besluit van 30 juni 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders van Oirschot een revisievergunning voor een agrarisch bedrijf met nertsen. Appellante, Stichting VMDLT, stelde dat het besluit in strijd was met de Vogel- en Habitatrichtlijn omdat de ammoniakemissie zou toenemen en de vergunningen van 1999 en 2003 niet rechtsgeldig waren vanwege ontbrekende bouwvergunningen.
De Raad van State oordeelde dat de vergunningen van 1999 en 2003 niet in werking waren getreden, zodat de rechten uit de vergunning van 1989 als uitgangspunt gelden. Het Habitatrichtlijngebied Kampina ligt op circa 2400 meter afstand van de inrichting. Verweerder erkende een toename van ammoniakdepositie op dit gebied, maar had niet onderzocht of deze toename significante gevolgen had of andere effecten veroorzaakte.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het besluit niet voldeed aan de zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar significante gevolgen van ammoniakdepositie op het Habitatrichtlijngebied.