ECLI:NL:RVS:2007:BA0044
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Belang bij doorprocederen voor verblijfsvergunning asiel bij geschil over ingangsdatum
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gegrond verklaarde. De vreemdeling had een vergunning gekregen met ingang van een latere datum dan de aanvraagdatum, terwijl hij mogelijk recht had op een vergunning voor onbepaalde tijd indien de vergunning was verleend met ingang van de aanvraagdatum.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een bijzonder geval waarbij de vreemdeling belang had bij doorprocederen omdat de materiële rechtspositie zou verschillen bij een andere ingangsdatum en grondslag. De minister stelde dat de vreemdeling geen actueel en concreet belang had omdat het verschil in ingangsdatum louter een formeel verschil was en de grondslag van de vergunning niet werd betwist.
De Raad van State bevestigde dat het enkele verschil in ingangsdatum en de daaraan verbonden rechtsgevolgen geen actueel belang oplevert om door te procederen. Alleen indien de grondslag van de vergunning zelf in geschil is, kan er sprake zijn van een belang bij doorprocederen. De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel en concreet belang.