ECLI:NL:RVS:2007:AZ9015
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. Konijnenbelt
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over ontheffing uitzetten korhoenders in Nationaal Park de Hoge Veluwe
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verleende aan Stichting Het Nationale Park de Hoge Veluwe een ontheffing voor het uitzetten van gefokte korhoenders in de vrije natuur ten behoeve van herintroductie. De Faunabescherming maakte bezwaar, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de Faunabescherming gegrond en vernietigde het besluit, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De rechtbank had de Vogelrichtlijn betrokken bij haar oordeel en concludeerde dat de Flora- en faunawet onvoldoende waarborgen bevatte voor de voorwaarden van afwijking van het verbod op uitzetten van dieren. De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank in strijd met het verdedigingsbeginsel handelde door de Vogelrichtlijn zonder voldoende procesmogelijkheid te betrekken en vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
De Raad van State beoordeelde vervolgens zelf de aangevoerde beroepsgronden. Het oordeel was dat de minister terecht aannam dat de oorzaken van het verdwijnen van het korhoen bekend zijn en grotendeels zijn weggenomen, dat het leefgebied in het Nationaal Park voldoende geschikt is en dat het risico op schadelijke vermenging met de nog bestaande populatie gering is. Ook achtte de Raad de gehanteerde IUCN-richtlijnen als vaste gedragsregel niet onaanvaardbaar.
De Raad verklaarde het beroep van de Faunabescherming ongegrond en bepaalde dat de minister de ontheffing mocht verlenen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 21 februari 2007.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de Faunabescherming ongegrond, waardoor de ontheffing voor het uitzetten van korhoenders gehandhaafd blijft.