Uitspraak
200404914/1, heeft de Afdeling de hiertegen ingediende hoger beroepen ongegrond verklaard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verleende een uitwegvergunning voor een perceel, maar stelde aan deze vergunning beperkingen zoals een maximale voertuiglengte van 9 meter en gebruiksbeperkingen tot werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur. Appellanten, eigenaren van het bedrijfspand, stelden zich hiertegen op en voerden aan dat deze beperkingen onredelijk zijn en de exploitatie van hun pand onmogelijk maken.
Na meerdere procedures vernietigde de rechtbank Breda het besluit van het college niet, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de gebruiksbeperking qua tijdsvenster noodzakelijk was en welke belangen van appellanten hiermee werden gediend. Het advies van het ingenieursbureau Oranjewoud ondersteunde alleen de lengtebeperking, niet de tijdsbeperking.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank Breda, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het verbinden van voorschriften aan vergunningen.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg tot het verbinden van gebruiksbeperkingen aan de uitwegvergunning is vernietigd wegens onvoldoende motivering.