Uitspraak
200203014/1leidt niet tot een ander oordeel, nu, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, de omstandigheden in die zaak niet rechtens vergelijkbaar zijn met die van deze zaak.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 29 september 2004 een bouwvergunning en vrijstelling voor het oprichten van een schoolgebouw op een perceel in Den Haag. Appellant diende op 25 oktober 2004 een bezwaarschrift in tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift niet tijdig was ontvangen.
Appellant stelde dat hij het bezwaar tijdig had verstuurd, wat hij onderbouwde met een verzendrapport en faxjournaal. Het college betoogde echter dat het bezwaar naar het verkeerde faxapparaat was gestuurd, dat niet was ingesteld om inkomende faxen te registreren. Onderzoek wees uit dat het faxbericht niet bekend was bij de betrokken afdelingen die het bezwaar hadden moeten ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het college het onderzoek naar ontvangst van het bezwaar voldoende had gemotiveerd en dat het risico van het verzenden naar het verkeerde faxnummer voor rekening van appellant kwam. De Raad van State bevestigde deze uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep is ongegrond verklaard.