ECLI:NL:RVS:2007:AZ8436

Raad van State

Datum uitspraak
6 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200700217/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • M. Duursma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning zorgcentrum Onderwatershof

Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk verleende op 27 januari 2005 een bouwvergunning en vrijstelling aan Stichting Rijswijk Wonen voor het geheel vernieuwen van zorgcentrum Onderwatershof. Tegen dit besluit maakten onder meer de erven van verzoeker bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van partijen gegrond en vernietigde het besluit. Vervolgens verleende het college op 19 juni 2006 alsnog ontheffing van de bouwverordening, waarbij bezwaren deels gegrond werden verklaard.

De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van verzoeker tegen dit besluit van 19 juni 2006 niet-ontvankelijk omdat geen bezwaar was gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit van 27 januari 2005. Verzoekers stelden daarop een verzoek om voorlopige voorziening bij de Raad van State om de bouwvergunning te schorsen.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat het bestreden vonnis in de bodemprocedure niet in stand zou blijven. De vermeende parkeerproblemen waren onvoldoende aannemelijk om de vergunning te betwijfelen. Gezien de belangenafweging werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor het zorgcentrum Onderwatershof is afgewezen.

Uitspraak

200700217/2.
Datum uitspraak: 6 februari 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
de erven van [verzoeker], wonend te Rijswijk,
tegen de uitspraak in de zaken nos. AWB 06/6218 en AWB 06/8876 van de rechtbank 's-Gravenhage van 28 december 2006 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 27 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk (hierna: het college) aan de Stichting Rijswijk Wonen vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het geheel vernieuwen van zorgcentrum "Onderwatershof".
Bij besluit van 14 juni 2005 heeft het college de door de Stichting Buurtschap Oud Rijswijk en [partijen] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 februari 2006 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de voorzieningenrechter) het door [partijen] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.
Bij besluit van 19 juni 2006 heeft het college alsnog ontheffing van de bouwverordening verleend, de door [partijen] tegen het besluit van 27 januari 2005 gemaakte bezwaren in zoverre gegrond en voor het overige ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 december 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter het door [verzoeker] tegen het besluit van 19 juni 2006 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 8 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2007, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 8 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2007, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 februari 2007, waar verzoekers, vertegenwoordigd door G.H. Visser, gemachtigde, en het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk, vertegenwoordigd door mr. G.C.W. van der Feltz, advocaat te Den Haag, zijn verschenen. Voorts zijn de Stichting Onderwatershof, vertegenwoordigd door mr. M.J.I. Assink, advocaat te Rijswijk, en de Stichting Rijswijk Wonen, vertegenwoordigd door mr. M. van Hal-Scheffer, advocaat te Den Haag, daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Er is geen aanleiding voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak, waarbij het beroep van [verzoeker] niet-ontvankelijk is verklaard omdat hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 27 januari 2005, in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.
Indien zou moeten worden geoordeeld dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet is toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van het tegen het besluit van 19 juni 2006 ingestelde beroep, ziet de Voorzitter in het betoog van verzoekers geen aanknopingspunten voor het oordeel dat dit besluit niet in stand zal blijven. Daarbij is in aanmerking genomen dat niet aannemelijk is geworden dat de parkeerproblemen zodanig zijn dat uiteindelijk zal blijken dat de bouwvergunning niet mocht worden verleend.
2.3.    Onder die omstandigheden en gelet op de betrokken belangen bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump           w.g. Duursma
Voorzitter           ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2007
378