ECLI:NL:RVS:2007:AZ7992
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- L.J. Können
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De vreemdeling voerde aan dat het verzoekschrift van de minister niet-ontvankelijk zou zijn vanwege een kennelijke verschrijving in de lastgeving, maar dit betoog werd verworpen omdat de lastgeving wel degelijk namens de Minister van Justitie was gegeven.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het niet uitgesloten is dat de uitspraak in hoger beroep in stand blijft en dat er geen bijzondere belangen zijn die een spoedige uitvoering van de bestreden uitspraak vereisen. Daarom werd bepaald dat de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat op het hoger beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat op het hoger beroep is beslist.