ECLI:NL:RVS:2007:AZ7932
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel conform artikel 44 Vreemdelingenwet 2000
De minister verleende aan de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 4 januari 2006, de datum waarop de aanvraag werd ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit omdat de minister de vreemdeling pas acht weken na aanmelding in het aanmeldcentrum de gelegenheid had geboden de aanvraag in te dienen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat artikel 44, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 duidelijk stelt dat de verblijfsvergunning ingaat op de datum waarop de aanvraag is ontvangen, ongeacht de termijn waarbinnen de vreemdeling de aanvraag kon indienen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De aangevoerde bepalingen uit het Vreemdelingenbesluit 2000 hebben volgens de Afdeling geen betrekking op de termijn waarbinnen de vreemdeling na aanmelding in de gelegenheid moet worden gesteld een aanvraag in te dienen.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 30 januari 2007.
Uitkomst: De verblijfsvergunning asiel is terecht verleend met ingang van de datum van ontvangst van de aanvraag, 4 januari 2006.