ECLI:NL:RVS:2007:AZ7926
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens mantelzorgnetwerk en medische behandeling
De minister wees aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, omdat zij niet aannemelijk maakten dat hun tijdelijke terugkeer naar het land van herkomst tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden. De vreemdelingen maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar de minister verklaarde deze ongegrond.
De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en beval de minister nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van haar overwegingen. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het aan de vreemdelingen was om aannemelijk te maken dat zij op een mantelzorgnetwerk kunnen terugvallen en dat er een gebrek aan onontbeerlijke sociale opvang in het land van herkomst bestaat. Dit hadden zij niet gedaan. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de minister zijn standpunt onvoldoende zorgvuldig had voorbereid en gemotiveerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Daarnaast werd het beroep tegen de proceskostenvergoeding verworpen omdat deze was gebaseerd op het onjuiste oordeel van de rechtbank. Er bestond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 januari 2007.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.