ECLI:NL:RVS:2007:AZ7890
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verlenging verblijfsvergunning regulier
De minister wees de aanvraag van de vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'het verrichten van arbeid in loondienst' af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat deels werd gehonoreerd, waarna de rechtbank de afwijzing vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister verplicht was om op grond van artikel 8 EVRM Pro ambtshalve te toetsen of de verlenging van de verblijfsvergunning moest worden verleend voor een ander verblijfsdoel dan het oorspronkelijke. De Raad benadrukte dat verlenging alleen kan plaatsvinden op basis van een aanvraag met het specifieke verblijfsdoel.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd bevestigd dat de afwijzing van de verlenging niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro zolang geen aanvraag voor een ander verblijfsdoel is ingediend.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot verlenging van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.