ECLI:NL:RVS:2007:AZ7477
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepasselijkheid artikel 119 lid 2 Vreemdelingenwet 2000 bij bezwaarprocedure
De zaak betreft een vreemdeling die in 1999 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indiende. Na bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag werd het bezwaar in 2001 ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling in 2006 gegrond en vernietigde het besluit van de minister.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat artikel 119 lid 2 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 duidelijk bepaalt dat artikel 82 niet Pro van toepassing is op een beroep tegen een beslissing op bezwaar. De rechtbank had ten onrechte artikel 82 van Pro toepassing geacht.
De Raad van State oordeelde dat de tekst van artikel 119 lid 2 aanhef Pro en onder b ondubbelzinnig is en dat de rechtbank niet mocht afwijken van deze tekst. Hierdoor werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van deze uitleg.
De kosten van het hoger beroep werden vastgesteld op €322,00 en de rechtbank werd opgedragen hierover te beslissen. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 januari 2007.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor behandeling met inachtneming van artikel 119 lid 2 van de Vreemdelingenwet 2000.