ECLI:NL:RVS:2007:AZ6941
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M.G.J. Parkins de Vin
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet ontvankelijk wegens onbekwaamheid en ontbrekende machtiging wettelijke vertegenwoordiger
Appellante, geboren op 22 december 2001, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank over een verblijfsvergunning. Ten tijde van het instellen van het hoger beroep was zij minderjarig en derhalve onbekwaam om in rechte te staan. Volgens artikel 8:21 van Pro de Algemene wet bestuursrecht dienen onbekwame natuurlijke personen vertegenwoordigd te worden door hun wettelijke vertegenwoordigers.
In het hoger beroepschrift ontbrak een machtiging van de wettelijke vertegenwoordiger aan de advocaat om het hoger beroep in te stellen. Hierdoor kon appellante niet in haar beroep worden ontvangen. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk niet ontvankelijk is verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vervolgens het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 9 januari 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minderjarige appellante wordt niet ontvankelijk verklaard wegens onbekwaamheid en het ontbreken van een machtiging van de wettelijke vertegenwoordiger.