ECLI:NL:RVS:2007:AZ6931
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over deskundigheid BMA-advies bij vreemdelingenbesluit
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft bij besluit van 6 augustus 2003 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de voorzieningenrechter, die het beroep ongegrond verklaarde, stelde de minister hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de deskundigheid van de opsteller van het Bureau Medische Advisering (BMA)-advies van 12 oktober 2004, dat ten grondslag lag aan het besluit van 8 december 2004. De minister stelde dat er voldoende concrete aanwijzingen waren om aan de juistheid en volledigheid van het advies te twijfelen, mede omdat het niet noodzakelijk werd geacht nader psychiatrisch onderzoek te verrichten ondanks psychische klachten van de vreemdeling.
De Raad van State oordeelde dat niet aannemelijk was gemaakt dat de opsteller van het BMA-advies onvoldoende deskundig was om de vragen van de minister te beantwoorden, waaronder het inschatten van een medische noodsituatie bij stopzetting van behandeling. Tevens was het niet vragen van een nader psychiatrisch advies geen concrete aanwijzing voor twijfel aan het advies. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd, zij het met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.