ECLI:NL:RVS:2006:BA3410
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over aanvraag verblijfsvergunning asiel na eerdere afwijzing
De zaak betreft het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie tot afwijzing van een aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vernietigde. De vreemdeling had eerder een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingediend die was afgewezen en onherroepelijk werd verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit tot afwijzing van de nieuwe aanvraag niet met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kon worden genomen, omdat het geen herhaalde aanvraag betrof. De Raad van State bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat aanvragen voor verblijfsvergunningen voor bepaalde en onbepaalde tijd op verschillende wettelijke grondslagen berusten.
Het hoger beroep van zowel de vreemdeling als de minister werd als kennelijk ongegrond verworpen. De Raad van State veroordeelde de Staatssecretaris van Justitie tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 14 maart 2007.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling en minister kennelijk ongegrond.