ECLI:NL:RVS:2006:AZ9619
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel op basis van ambtsbericht en oproepformulieren
De minister wees op 6 december 2004 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De minister voerde aan dat de rechtbank ten onrechte twijfels had geuit over de juistheid van het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken en de echtheid van de door de vreemdeling overgelegde oproepformulieren. De Raad van State overwoog dat het ambtsbericht als deskundigenadvies geldt en dat de minister aan de juistheid daarvan mag vasthouden tenzij concrete, objectief onderbouwde aanwijzingen het tegendeel bewijzen.
De vreemdeling had blanco oproepformulieren en een verklaring van een medewerker van het Armeense Openbaar Ministerie overgelegd, maar deze waren onvoldoende onderbouwd met objectieve bronnen en de authenticiteit van de verklaring was onduidelijk. Daarom vormden deze stukken geen concreet aanknopingspunt om aan het ambtsbericht te twijfelen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de minister terecht geen toepassing gaf aan artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.