ECLI:NL:RVS:2006:AZ5978
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling medische noodsituatie bij uitzetting vreemdeling afgewezen
De minister wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank stelde echter dat onvoldoende was aangetoond dat de vreemdeling in staat was te reizen zonder dat een medische noodsituatie op korte termijn zou ontstaan en vernietigde het besluit.
De Raad van State oordeelde dat het BMA-advies duidelijk maakte dat de vreemdeling kon reizen en dat behandeling in het land van herkomst beschikbaar was, zonder dat op korte termijn een medische noodsituatie te verwachten was. Hoewel het advies vermeldde dat klachten konden verergeren bij daadwerkelijke uitzetting, was dit onvoldoende om een medische noodsituatie aan te nemen.
De Raad stelde dat de rechtbank dit had miskend en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak bevestigt dat medische adviezen zorgvuldig moeten worden gewogen en dat onzekerheden over toekomstige verslechteringen niet automatisch leiden tot het aannemen van een medische noodsituatie.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister bevestigd.