ECLI:NL:RVS:2006:AZ5977
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing besluit ambtshalve onthouden verblijfsvergunning regulier
De minister van Vreemdelingenzaken en Integratie had ambtshalve geweigerd een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen aan een vreemdeling, onder verwijzing naar het driejarenbeleid en de contra-indicatie dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De rechtbank had het besluit vernietigd en geoordeeld dat een juridische grondslag voor het onthouden van de vergunning ontbrak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het beleid en de besluiten niet op een juridische grondslag steunden, aangezien deze steunen op artikel 14 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000, ondanks dat bepaalde artikelen waren vervallen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. Tevens stelde de Raad de proceskosten vast en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.