Uitspraak
200400792/1. Subsidiair heeft verzoekster betoogd dat nu het rendement van de filters volgens de leverancier daarvan voldoende blijkt te zijn, aan de doelmatigheidseis wordt voldaan. Verzoekster heeft daarnaast erkend dat een beperkt deel van de afgezogen dampen in het geheel niet door een filter wordt geleid. Hoewel zij betwijfelt of de geurhinder in de omgeving hierdoor worden veroorzaakt, spant zij zich momenteel in om op dit punt aan voorschrift 7.11 te gaan voldoen. De in het bestreden besluit vervatte begunstigingstermijn acht zij echter te kort om dit tijdig in orde te krijgen.
200400792/1een voorschrift betrof dat inhield dat de emissie van geurstoffen uit de inrichting door het treffen van maatregelen zodanig moet zijn dat hinder door geur in de omgeving wordt voorkomen. Het thans in geding zijnde voorschrift is aanzienlijk concreter te noemen. De Voorzitter is voorshands van oordeel dat niet met vrucht kan worden gesteld dat dit voorschrift, waaronder begrepen het daarin genoemde begrip "doelmatige filterinstallatie", zich er niet voor kan lenen om handhavend op te treden. Gezien het aantal klachten en de spreiding daarvan qua tijd en personen, heeft verweerder naar het oordeel van de Voorzitter terecht geconcludeerd dat geen sprake is van een doelmatige filterinstallatie. Dit betekent dat, los van het aspect ter zake waarvan verzoekster heeft erkend dat niet conform het voorschrift wordt gewerkt, sprake is van overtreding van het voorschrift. In dat verband is het van belang te achten dat de eis dat de filterinstallatie een rendement van minimaal 95% moet hebben is vervat in een andere zinsnede van het voorschrift, en dat mede gelet daarop niet kan worden staande gehouden dat het begrip "doelmatigheid" hiertoe is beperkt.