ECLI:NL:RVS:2006:AZ5162
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning voor ligplaats bedrijfsvaartuig aan Bickersgracht Amsterdam
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum heeft op 6 januari 2004 geweigerd aan appellanten een vergunning te verlenen voor het innemen van een ligplaats met een bedrijfsvaartuig aan de Bickersgracht in Amsterdam. Tevens werd een verzoek om ontheffing van het verbod om op het bedrijfsvaartuig te wonen buiten behandeling gesteld. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Amsterdam werd het beroep ongegrond verklaard. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het water waarop het besluit betrekking heeft, als openbaar water moet worden aangemerkt conform de Verordening op de haven en het binnenwater 1995. Dit betekent dat het innemen van een ligplaats met een bedrijfsvaartuig vergunningplichtig is. Het feit dat het water deels in erfpacht is gegeven of verhuurd aan appellanten, brengt niet mee dat de vergunning geweigerd had mogen worden. De huurovereenkomst betrof slechts het gebruik van het water voor de werkvoorraad op de werf.
Verder heeft de Raad van State geoordeeld dat het dagelijks bestuur in redelijkheid het beleid uit het Bevriezingsbesluit en het daarop gebaseerde vergunningenbeleid mocht toepassen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het bestuur verhinderden dit beleid te handhaven. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.