ECLI:NL:RVS:2006:AZ4869
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellante verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank het daarop ingestelde beroep ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde dat de rechtbank de uitspraak aanvankelijk aan een voormalige gemachtigde van appellante had verzonden, ondanks tijdige kennisgeving van een wijziging van gemachtigde. Hierdoor was de uitspraak niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt, waardoor het hoger beroep niet te laat was ingediend.
De inhoudelijke gronden van het hoger beroep konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.