ECLI:NL:RVS:2006:AZ4849
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling noodzaak nader medisch onderzoek bij vreemdelingenzaken na twijfel aan BMA-advies
De zaak betreft hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank 's-Gravenhage inzake besluiten van de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie over verblijfsvergunningen voor meerdere vreemdelingen.
De kern van het geschil ligt bij de medische adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) en de daarop volgende reacties van behandelend psychiaters van twee vreemdelingen. De behandelend psychiater van de tweede vreemdeling bracht naar voren dat vanwege haar medische problematiek en suïcidaliteit een terugkeer naar Algerije waarschijnlijk tot een medische noodsituatie leidt, hetgeen een concreet aanknopingspunt vormt voor twijfel aan het BMA-advies.
De Raad van State oordeelt dat de minister niet zonder nader onderzoek van het BMA-advies mag uitgaan indien dergelijke concrete twijfels bestaan. Voor de eerste vreemdeling was er geen voldoende concreet aanknopingspunt voor twijfel, zodat het BMA-advies daarover kon worden gevolgd. De rechtbank heeft de besluiten ten aanzien van de tweede vreemdeling terecht vernietigd en de zaak terugverwezen voor nadere behandeling.
De overige grieven van de minister faalden, en de Raad van State veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten van de vreemdelingen sub 2 en 3. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor zover het de zaak AWB 05/39930 betreft en de uitspraak van de rechtbank vernietigd en terugverwezen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis voor de zaak AWB 05/39930 en wijst deze terug naar de rechtbank voor nader onderzoek naar de medische situatie van de tweede vreemdeling.